Het is nog maar enkele weken geleden, dat de Koninklijke Shell vol verwachting was over de mogelijkheden in de Chuckchi zee. Daar zouden olievoorraden verborgen liggen van wel vier miljard vaten. Het was om die reden, dat de Koninklijke Shell een vloot van dertig schepen had gedirigeerd naar de wateren voor het noorden van Alaska. Tot de vloot behoorden twee enorme boorplatforms die tot aan het einde van 2016 vier putten moesten slaan.
De hele operatie is op een deceptie uitgelopen. Er is geen olie ontdekt en voor Shell was dat de bekende druppel om dan maar een verlies van $ 7 miljard te slikken. De enige reden voor topman van Beurden om toch uit te varen was het bedrag van $ 5 miljard dat al in het project was geïnvesteerd. Daarmee was het point of no return voor hem ruimschoots gepasseerd. De mislukking heeft hem echter gesterkt in zijn overtuiging om niet meer terug te gaan, zelfs als de olieprijs weer omhoog gaat. De huidige lage olieprijs heeft echter het besef versterkt, dat het beter is om projecten te schrappen die enorme investeringen vereisen. Een nieuw veld moet bij het huidig niveau al vlug meer dan een miljard vaten groot zijn, wil het als project rendabel worden.

Onder druk van de omstandigheden heeft Shell het roer omgegooid. Evenals bij de concurrentie gaat nu de aandacht van de bedrijfstop in de eerste plaats uit naar het veiligstellen van het dividendrendement voor beleggers. Die zijn uiteraard in hun nopjes. Door het project in de noordelijke ijszeeën te stoppen kan het exploratiebudget met zeker $ 1 miljard omlaag.

De overname van BG is niet alleen maar een hele dure overname. Het biedt nu ook een doekje voor het bloeden. Dankzij BG heeft de Koninklijke Shell nu de beschikking over nieuwe boormogelijkheden voor de Braziliaanse kust. Daar zijn geen enorme investeringen voor nodig. BG heeft ook de nodige voorraden ingebracht, waardoor de noodzaak voor Shell om op exploratie te gaan een stuk kleiner zijn geworden.
De nieuwe opstelling van Koninklijke Shell heeft consequenties voor de rest van de sector. Daar is de communis opinio dat als Shell een streep zet door dergelijke projecten, dan hoeft de rest er niet eens meer over na te denken. Voor veel andere oliemaatschappijen was Shell een soort pionier die met nieuwe technologieën en nieuwe geologische opvattingen grenzen ging verleggen. Nu Shell de handdoek in de ring heeft gegooid, zal geen enkel bedrijf zich geroepen voelen de pioniersrol over te nemen. Daarmee is de rol van de Noordelijke IJszee als nieuwe grens voorlopig ook uitgespeeld. Dit zal vooral de milieuverenigingen veel plezier doen. Ze hebben Shell de afgelopen jaren verbeten bestreden om diens Arctische plannen te verijdelen. Ze waren daarin steeds succesvoller. Niet alleen wisten ze steeds beter en effectiever de publieke opinie te mobiliseren, maar ze wisten ook een verbond te smeden met de wetgevers en beleidsmakers. Shell vond deze combinatie steeds vaker tegenover zich. Dat heeft uiteindelijk ertoe bijgedragen om een streep te zetten door heel het Arctische project, zo valt her en der te beluisteren. Het imagoverlies werd te groot. Ook hier blijkt de concurrentie niet blind en doof voor te zijn. Ze wachten zich er wel voor, dat hen hetzelfde lot treft als de Koninklijke! De enige partij, die nog wel brood ziet in een avontuur in de noordelijke ijszee, is Gazprom.
