Alweer drie jaar geleden kwam Shinzo Abe aan de macht in Japan met de belofte de Japanse economie te revitaliseren. Die leed al bijna 20 jaar onder het juk van een hardnekkige deflatie. Hij lanceerde daarom een omvangrijk herstelprogramma onder de naam Abenomics. De belangrijkste doelstelling van Abenomics was het opstuwen van de inflatie naar 2%. Daartoe besloot hij samen met de president van de Bank van Japan, Haruhiko Kuroda, naar Amerikaans voorbeeld maandelijks voor $ 70 miljard schatkistpapier te gaan opkopen. Een tweede doelstelling was om met behulp van fiscale stimulering en aangepaste wetgeving de economie een impuls te geven. Bedrijven moesten kort gezegd meer gaan investeren en hun werknemers meer betalen zodat die weer meer zouden gaan consumeren.
We zijn nu drie jaar en talloze biljoenen yens verder. Wat is er in de afgelopen jaren bereikt? Het antwoord moet luiden: voorlopig teleurstellend weinig. De inflatie is nog steeds erg laag, maar volgens de bankpresident is de onderliggende inflatie aan het stijgen, maar de doelstelling om in 2017 een niveau van 2% aan te tikken zal niet gehaald worden. Zoveel is nu al zeker. Ook de revitalisering van de economie laat op zich wachten. In 2014 belandde de Japanse economie in een recessie, omdat de overheid de btw fors verhoogde. Consumenten hielden vervolgens de hand op de knip.
De recessie was van korte duur, maar een jaar later is Japan opnieuw in een recessie beland. In het derde kwartaal kromp de economie op jaarbasis met 0,8%. Er zijn ditmaal geen externe verklaringen aan te voeren voor deze nieuwe tegenvaller. Het lijkt erop, dat het Japanse bedrijfsleven ondanks recordwinsten niet echt in vernieuwing wil investeren. Als het dan al investeert, dan is het vaak over de grens. Over het genoemde kwartaal knabbelde een matig investeringsniveau 0,7% van de groei op jaarbasis af. Die bedrijven waren in het 3de kwartaal ook driftig met het verlagen van de voorraden en ook dat gaat ten koste van de economische groei. De schade bedroeg 2,1%. Hiermee was het kwaad geschied. Een sterke consumptieve groei van 1,2% was te gering om het tij te keren.

Zoals zaken nu verlopen zal ook een tweede doelstelling van Abenomics onhaalbaar blijven. Het was de bedoeling om het nominale Japanse Bruto Nationaal product over een periode van 5 jaar met 20% te laten groeien naar een omvang van ¥ 600 biljoen. Het is duidelijk dat Shinzo Abe geen tijd te verliezen heeft wil zijn regeringsperiode in 2017 niet in een compleet fiasco eindigen. Of Shinzo Abe ditmaal ook weer kan rekenen op zijn strijdmakker Haruhiko Kuroda, is nog maar de vraag. Uit herhaalde uitspraken van hem valt af te leiden, dat hij er niet veel voor voelt om de koopprogramma’s nog verder te intensiveren. In de praktijk lijkt de effectiviteit van een dergelijk verruimingsprogramma in de loop van de tijd af te nemen. Bovendien is de Bank van Japan naar eigen zeggen tevreden met de onderliggende trend in de inflatie. Die vraagt niet om extra stimulering.

De premier zelf is niet bereid nu al de handdoek in de ring te gooien en hij heeft het ministerie van economische zaken al opdracht gegeven budgettaire maatregelen te ontwerpen om de huidige teleurstellende stand van zaken te bestrijden. Hij weet zich daarbij gesteund door het gilde der economen. Die wijzen erop, dat gecorrigeerd voor de daling van de voorraden de consumptie zelfs met 1,4% is gestegen. De ontwikkeling van voorraden is erg volatiel. Daar kunnen van maand op maand grote verschillen in optreden. Er is dus wel degelijk een bemoedigende onderliggende vraag en bedrijven beginnen wel degelijk hogere salarissen te betalen. Met andere woorden, de huidige recessie is een dip in een voor het overige opgaande trend. Het is afwachten, maar het blijft een feit dat Japan een groot demografisch probleem heeft. Een sterk vergrijzende bevolking is geen stimulans voor een sterke economische groei. Bovendien kampt de rest van de wereld met hetzelfde. De economische ontwikkeling blijft overal ter wereld teleurstellend!
